Bedrijfsvoering

AI wordt goedkoper. Je factuur niet.

August 6, 2026
·
6
minuten leestijd
De prijs per token daalt, de rekeningen stijgen. Je krijgt zelf geen tokenfactuur — maar de prijsmodellen komen wel jouw kant op.
Illustratie van een oude kassa met een eindeloze kassabon die over de vloer krult, en een kleine robot die er verbaasd naar kijkt

Eén opdracht bij een Amerikaans juridisch AI-bedrijf: 20.000 dollar aan verbruikskosten. Voor dat geld had je iemand twee maanden in dienst kunnen nemen. Uber verbrandde in de eerste vier maanden van dit jaar zijn volledige AI-budget voor 2026. Bij het Belgische Cronos kan het verbruik zonder controle al snel enkele duizenden euro's per week bedragen.

Dat staat in het coververhaal van Trends van 30 juli. En je eerste reactie is waarschijnlijk: dit gaat niet over mij.

Klopt, half. De bedrijven in dat artikel bouwen software. Jij niet. Jij zal nooit een factuur van 20.000 dollar aan tokens krijgen.

Maar je gaat de gevolgen er wel van voelen — één laag lager, in wat je leveranciers jou aanrekenen. En dat is een verhaal waar bijna niemand het over heeft.

Waarom die rekeningen ontsporen

Eerst even het mechanisme, want zonder dat begrijp je de rest niet.

AI-modellen rekenen af in tokens: stukjes tekst, ongeveer een lettergreep of een kort woord. Elke vraag, elk antwoord, elk document dat het model doorneemt wordt in tokens omgezet en gefactureerd.

Zolang AI een chatvenster is waar iemand af en toe een vraag in typt, valt dat mee. Het loopt op zodra AI zelfstandig meerdere stappen doorloopt — een taak opsplitst, tussenresultaten produceert, zichzelf corrigeert. Bij complexe opdrachten ziet Cronos tot honderd van die processen tegelijk draaien. Dat verbruik stapelt zich razendsnel op.

De prijs per token daalt al jaren. De totale rekening stijgt toch, omdat het verbruik sneller groeit dan de prijs daalt. Gartner verwacht dat de AI-kosten voor softwareontwikkeling tegen 2028 hoger liggen dan het gemiddelde jaarsalaris van een ontwikkelaar.

Waar jij dit wél tegenkomt

Niet als tokenfactuur. Wel op drie plaatsen.

In de prijs van je bestaande software. Je boekhoudpakket, je CRM, je klantendienstsysteem: overal zijn AI-functies bijgekomen. Iemand betaalt het verbruik daarvan. Voorlopig slikken veel leveranciers dat zelf in — In The Pocket absorbeert naar eigen zeggen een deel van 50.000 euro maandelijkse modelkosten. Dat houdt niemand eeuwig vol. Verwacht dat het doorgerekend wordt, of dat functies naar een duurder pakket verhuizen.

In verbruiksgebonden prijsmodellen. Steeds meer software gaat weg van een vaste prijs per gebruiker naar afrekenen per gebruik: credits, tegoeden, "fair use". Dat lijkt eerlijk en is het soms ook. Maar het betekent dat je factuur meebeweegt met hoe intensief je personeel de tool gebruikt — en dat weet je vooraf niet.

In wat een automatiseringspartner je aanrekent. Als iemand automatiseringen voor je bouwt die op AI draaien, zit daar verbruik onder. De vraag is wie het risico draagt als dat verbruik tegenvalt — en dat is precies het soort ding dat we bij een doorlichting mee in kaart brengen, samen met wat je vandaag al aan software betaalt.

De Ferrari naar de supermarkt

Het interessantste stuk uit het Trends-artikel is een hackathon bij Cronos met vijftig AI-experts.

Eén ontwikkeltaak, uitgevoerd met uitsluitend de duurste en krachtigste modellen: al snel duizend euro. Dezelfde taak opgesplitst, waarbij de eenvoudige deeltaken — iets opzoeken, documentatie schrijven, een zin interpreteren — naar goedkopere modellen gingen: net onder de honderd euro. Vergelijkbaar resultaat.

Een factor tien. Niet door te besparen, maar door het juiste model aan de juiste taak te koppelen. Tim Goffings van Cronos vat het samen met een beeld dat blijft hangen: je neemt ook geen Ferrari om naar de supermarkt aan de overkant te rijden.

Dit is meteen de bruikbaarste vraag die je aan een leverancier kan stellen. Niet "gebruiken jullie AI" — dat zegt vandaag niets meer. Wel: welk model draait welke stap, en waarom dat model?

Wie daar geen antwoord op heeft, gebruikt waarschijnlijk overal het duurste model. Dat werkt. Het is alleen tien keer duurder dan nodig, en vroeg of laat betaalt iemand dat.

Vijf vragen voor je volgende softwarecontract

Concreet, en je hebt er geen IT-kennis voor nodig:

  1. Is de prijs vast of verbruiksgebonden? En als er credits of tegoeden in zitten: wat gebeurt er als die op zijn?
  2. Wat als ons gebruik verdubbelt? Laat het antwoord in cijfers geven, niet in "dan bekijken we dat".
  3. Wie draagt het risico als het verbruik tegenvalt? Jij of zij? Dit is de kernvraag en ze wordt zelden gesteld.
  4. Welk model draait welke stap? De Ferrari-vraag.
  5. Kunnen we zien wat we verbruiken? Gartner merkt op dat veel aanbieders nog altijd geen transparantie geven over hoe tokenverbruik precies berekend en gefactureerd wordt. Als je het niet kan zien, kan je het niet sturen.

Twee gewoontes die geld kosten

Nog iets uit het artikel dat verrassend concreet is. TechWolf verzamelt verbruiksdata bij meer dan duizend gebruikers en ziet twee patronen die opvallend veel kosten.

Lange sessies waarin allerlei ongerelateerde onderwerpen door elkaar lopen. En sessies met veel wachttijd ertussen — een gesprek dat over de middagpauze heen open blijft staan. Volgens hen kunnen bedrijven daar alleen al tot twintig procent op besparen.

Vertaald naar een KMO waar mensen op eigen houtje AI gebruiken: één gesprek per onderwerp, en afsluiten wat af is. Kost niets, en je hebt er niemand voor nodig.

Wat wij hiervan vinden

Volledige openheid: wij werken met één vaste maandprijs, geen uurtarief en geen meerwerk. Als het verbruik onder een automatisering tegenvalt, is dat ons probleem, niet dat van de klant. Wij hebben dus belang bij dit argument, en je mag dat meewegen.

Maar het is wel de reden waarom we het zo doen. Een KMO-zaakvoerder kan geen budget bouwen op een factuur die meebeweegt met hoe vaak zijn mensen iets gebruiken. En de partij die weet welk model welke stap draait, is de partij die het risico hoort te dragen.

Interessant genoeg gaat de sector diezelfde kant op. LegalFly koos bewust niet voor het klassieke verbruiksmodel maar voor vaste licentiekosten, waarbij het risico volledig bij henzelf ligt. In The Pocket schuift stap voor stap op naar projecten met een vaste prijs.

Waar het op neerkomt

De koppen gaan over ontsporende AI-budgetten bij techbedrijven. Dat is niet jouw factuur.

Maar de prijsmodellen die daaruit voortkomen, komen wel jouw kant op — in je softwarecontracten, in je automatiseringen, in wat "AI inbegrepen" straks blijkt te betekenen.

Je hoeft er niets technisch van te snappen. Je moet alleen bij je volgende contract vijf vragen stellen, en weten dat "vast bedrag" en "verbruiksgebonden" twee heel verschillende beloftes zijn.

Benieuwd waar bij jou de tijd weglekt?
In één audit brengen we het concreet in kaart. €500 excl. btw, verrekend met je eerste maand.
Boek je audit — €500
Liever eerst bellen?