Bedrijfsvoering · 23 september 2026
Eén tegenvaller volstaat

Begin september publiceerde Unizo een analyse van de faillissementscijfers die De Tijd oppikte. De kern: 2026 stevent af op ongeveer 12.000 faillissementen, het hoogste aantal sinds 2017. En de groep die het hardst getroffen wordt, is niet de eenmanszaak en niet het grote bedrijf. Het zijn de bedrijven met 10 tot 49 medewerkers. Daar gaat 1,25 procent overkop. Eén op 80.
Unizo-topman Bart Buysse legt in dat stuk uit waarom net die groep kwetsbaar is, en zijn uitleg klopt met wat wij aan de keukentafel van zaakvoerders horen. Een bedrijf van die grootte heeft de vaste kosten van een echt bedrijf: personeel, gebouw, wagens, software, een boekhouder. Maar het heeft niet de buffer van een groot bedrijf. Geen financiële afdeling, geen kredietlijn van betekenis, geen reserve die een slecht kwartaal opvangt. Eén klant die te laat betaalt, één grote opdracht die wegvalt, één medewerker die uitvalt op het verkeerde moment. Eén tegenvaller volstaat.
Dit is geen stuk om je bang te maken. Het cijfer is wat het is, en 79 van de 80 halen het. Dit is een stuk over wat het verschil maakt tussen het bedrijf dat de tegenvaller overleeft en het bedrijf dat ze niet overleeft.
Het verschil zit in de vaste kosten per hoofd
Als je de faillissementen van dichtbij bekijkt, is het zelden één ramp. Het is een bedrijf dat al maanden op het randje draaide, en dan één duw kreeg. Het randje, dat zijn de vaste kosten. Hoe hoger de vaste kost per medewerker, hoe kleiner de tegenvaller die volstaat.
En daar zit het onderdeel dat wel te beïnvloeden is. De loonkost van een medewerker in België ligt vast. De huur ligt vast. Maar hoeveel van de uren van je mensen opgaan aan werk dat geen klant ziet, ligt niet vast. Orders overtikken, facturen nakijken, offertes opmaken uit een oude template, mails beantwoorden die altijd hetzelfde vragen. In een bedrijf van vijftien mensen zijn dat gemakkelijk twee tot drie voltijdse equivalenten aan werk dat niets oplevert. Werk dat je wel betaalt.
Dat is de vaste kost die je kunt verlagen zonder iemand te ontslaan. Niet door harder te werken, maar door dat werk weg te halen bij mensen die er niet voor aangeworven zijn en het te laten doen door software die er wel voor gemaakt is. Dezelfde omzet, dezelfde mensen, en per hoofd meer uren die iets opbrengen. Dat is wat een bedrijf van 10 tot 49 medewerkers doet lijken op een groter bedrijf, zonder groter te worden.
Zonder naar de bank te stappen
Het klassieke antwoord op "ik moet efficiënter worden" is een investering. Een nieuw ERP, een machine, een verbouwing. Een lening dus, en een bank die in 2026 naar dezelfde faillissementscijfers kijkt als jij. Voor een bedrijf dat al op het randje draait, is een investering die drie jaar moet renderen precies de verkeerde beweging: ze verhoogt de vaste kost voor ze hem verlaagt.
Automatisering hoeft zo niet te werken. Ze kan een maandelijkse kost zijn, zoals je boekhouder of je telefonie. Geen investering op de balans, geen lening, geen afschrijving. Een bedrag per maand dat lager ligt dan wat het vervangt, en dat je stopzet als het niet oplevert wat beloofd was. Als de kost van een automatisering hoger is dan de uren die ze vrijmaakt, is ze fout ontworpen. Zo eenvoudig is de rekensom, en zo moet ze ook gemaakt worden: vooraf, op papier, met jouw cijfers.
Dat is wat wij bij elke audit doen. Niet "waar kan AI helpen", maar: waar gaan in dit bedrijf de uren verloren, wat kost dat per jaar, en wat blijft er over als je het weghaalt. De zaakvoerder die dat cijfer kent, weet ook hoe groot de tegenvaller is die hij aankan. En dat is het cijfer dat één op 80 uiteindelijk beslist.
Unizo heeft gelijk dat deze groep bedrijven aandacht verdient. Wij denken dat de aandacht niet naar de faillissementscijfers moet gaan, maar naar de kostenstructuur die een bedrijf daar vroeger of later naartoe brengt. Die is te veranderen, en het hoeft geen lening te kosten.