Nieuws · 23 augustus 2026

Een topeconoom zegt het nu ook: de groei moet van AI komen. En van jou.

Illustratie van een winkelier en een kleine robot die samen een stijgende groeicurve omhoog duwen

In het weekendinterview van De Tijd stelt econoom Gert Peersman (UGent) een vraag die blijft hangen: als de groei niet van AI komt, vanwaar dan wel?

De context is niet vrolijk. België boekte in de twaalf maanden tot midden 2026 de laagste groei van alle landen in de eurozone. De federale regering zoekt tien miljard euro aan besparingen. De rente stijgt wereldwijd. En onze productiviteitsgroei, ooit rond vier procent per jaar in de jaren zeventig en tachtig, bedraagt het laatste decennium nog zo'n 0,3 à 0,4 procent per jaar.

En toch is Peersman optimistisch. Niet ondanks die cijfers, maar net daardoor. Want de marge om te verbeteren is enorm, en de hefboom ligt volgens hem voor het grijpen.

De gebruikers winnen, niet de bouwers

Het interessantste inzicht uit het interview is niet dat AI belangrijk wordt. Dat lees je overal. Het is wáár de winst valt.

De race om AI-modellen te bouwen is Amerikaans en Chinees terrein. Als daar een bubbel zit, is dat vooral hun probleem. Maar de grootste productiviteitswinst zit volgens Peersman niet bij de bouwers, wel in de brede economie, bij de bedrijven die AI gebruiken. Europa, en België, staat aan de gebruikerskant. Onze bedrijven hoeven de technologie niet uit te vinden. Ze moeten ze inzetten.

Dat is geen troostprijs. Dat is de hoofdprijs. Laat de techgiganten maar tegen elkaar concurreren: hoe meer ze dat doen, hoe beter en goedkoper de technologie wordt die jij kan gebruiken.

Wat 0,1 procentpunt betekent

Peersman rekent het nuchter voor: doe er 0,1 procentpunt productiviteitsgroei bij en België zit bijna in de middenmoot van Europa. Dat is geen revolutie. Dat is één bedrijf na het ander dat zijn facturen niet meer overtypt, zijn planning niet meer in vijf Excels bijhoudt, zijn klantvragen niet meer één voor één beantwoordt.

Macro-economisch klinkt 0,1 procentpunt klein. Op de werkvloer van een kmo is het gewoon: minder tijd kwijt aan werk dat zich herhaalt, meer tijd voor werk dat klanten oplevert.

En over de banenangst is de econoom opvallend duidelijk. Ja, sommige jobs veranderen of verdwijnen, dat is bij elke technologische verschuiving zo geweest, van landbouw naar industrie naar diensten. Maar de grote jobgroei zit volgens hem bij wie mét AI werkt: die mensen worden productiever en krijgen een hoger loon. De omschakeling verloopt bovendien over jaren, niet van de ene dag op de andere. Zijn advies aan beleidsmakers vat zijn hele houding samen: rem AI vooral niet af.

Van krantenwijsheid naar maandagochtend

Mooi allemaal, maar wat doe je ermee op maandagochtend?

Peersman zegt zelf dat bedrijven moeten transformeren: meer werk verzetten met dezelfde mensen, en de technologie overal inzetten waar ze vandaag al werkt. Dat begint niet met software kopen. Het begint met weten waar je repetitieve werk zit, wat het kost, en welke processen er klaar voor zijn.

Dat is exact wat een operationele AI-audit in kaart brengt: waar jouw uren naartoe gaan, welke systemen al kunnen praten maar het nog niet doen, en waar de eerste automatisering het snelst rendeert.

De groei van dit land gaat niet komen van een ministerie of een miljardenplan. Ze gaat komen van duizenden bedrijven die elk hun eigen 0,1 procentpunt pakken.

Plan je audit en weet binnen twee gesprekken waar jouw procentpunt zit.

Eén audit.
Dan weet je waar je staat.

In één audit brengen we het concreet in kaart. €500 excl. btw, verrekend met je eerste maand.

Liever eerst bellen? +32 480 21 04 24